Er is een tekort aan garnalen in Nederland. Misschien zijn er teveel gegeten. Nederlandse garnalen kosten momenteel een fortuin naar het schijnt. In bijvoorbeeld een vissersdorp Urk zullen ze er niet rouwig om zijn. Voor een paar garnalen kunnen ze nu een gram cocaïne aanschaffen.  Alsof hun gebeden worden verhoord.
Vind ikzelf de huidige garnalenprijzen erg? Nee, dat vind ik niet erg. Ik koop nooit garnalen. Garnalen zijn stomme lelijke schaaldieren die leven in de zee. Ooit heeft iemand bedacht die omhoog te vissen en op te eten. Waarschijnlijk iemand die na een schipbreuk maanden zonder te eten had rondgedobberd op een vlot, en toen er een paar dode garnalen boven kwamen drijven dacht: de dood of de garnalen. Het werden de garnalen dus. Mocht er een Nobelprijs voor voedselinnovatie bestaan dan zou zo iemand die niet gekregen hebben.
Inmiddels eten veel mensen garnalen. Er zijn kleine gepelde garnalen die je met verstand op nul en zonder er met je hongerige blik erop in te zoomen nog weg kan krijgen. Er zijn echter ook grote en zelfs nog grotere, de zogenaamde reuzengarnalen. Deze zijn ook nog vaak ongepeld,  brrr.  Of die ook duurder zijn geworden weet ik niet. Ik hoef dat niet te weten.

Ik zat ooit als meest aansprekend onderdeel van een gezelschap in een restaurant en iedereen bestelde  reuzengarnalen, behalve ik natuurlijk. Ik dacht: ben ik nu gek, maar neen, het waren zij die niet goed bij hun hoofd waren. Toen hun borden zich aandienden met daarop de betreffende huiveringwekkende afschuwelijke duivelse creaties keken ze met grote spijsgeile ogen toe.
‘Mm lekker! Dat ziet er lekker uit!’ klonk het alsmaar.
Onbegrijpelijk. Alsof reuzengarnalen eruit zagen om op te vreten.
Ik zat echt niet op mijn gemak daar aan die tafel. Terwijl ik mijn biefstukje oppeuzelde bleef ik de gedrochten met hun tentakels, pinnen en rare sinistere oogjes constant in de gaten houden. Ik was namelijk doodsbang dat er ééntje vanaf hun bord in mijn richting zou komen slenteren. Uiteindelijk heb ik het overleefd. Pas toen de serveerster de stoffelijke resten naar behoren kwam opruimen –  waarbij ik ook nog kans zag per ongeluk een dankbare blik in haar decolleté te werpen – werd de negatieve spanning vervangen door een positieve meer aangename tensie.
Als ik de keus had gehad tussen de dood of de garnalen waren het wel de garnalen geworden natuurlijk. Maar gelukkig kon ik dus ook kiezen voor een lekker stukje koe. En zeg nou zelf:  zo’n mooie koe zit er toch wel uit om op te vreten. Zelfs al van een afstand!