Heel de middag was hij me al aan het uitdagen. Constant maakte hij vervelende geluiden en vloog hij overal in de weg. Ik heb het over Henkie de bromvlieg.
Waarom hij Henkie heette weet ik niet, zo noemde ik hem gewoon. Waarom een naam? Gewoon, omdat ik het leuker vind iemand dood te meppen van wie je de naam kent. Ik prefereer altijd een mannennaam, een vrouw doodmeppen moet je niet willen. Verder moet de naam kort zijn. Twee lettergrepen zoals Henkie kan net. Met lange namen moet je uitkijken. Ik heb er ooit één voor de gein Baron Vleugelaers Van Bromhoven genoemd, maar dat was geen succes. Net voor het meppen, zei ik toen: ‘daar ga je Baron Vleugelaers Van Bromhoven.’ Toen ik bij ‘Van’ was, was hij al gevlogen. Jonge, jonge, ik heb hem niet meer te pakken kunnen krijgen. Gelukkig vloog hij uiteindelijk door het vliegengordijn naar buiten. Zo was die schooier waarschijnlijk ook binnengekomen. Vliegengordijnen, ik weet het niet…
Ik geef bromvliegen overigens alleen een naam als ze alleen zijn. Als er meerdere bromvliegen zijn hebben namen weinig nut, je houdt ze dan toch niet uit elkaar. Afijn, dit was dus Henkie, een naam met toch iets meer cachet dan simpelweg Henk.
Ik had die middag al een tijdje de jacht naar Henkie opgegeven. Mijnheer kon geen moment ergens stilzitten, zodat ik hem rustig kon meppen. Ja, rustig meppen. Het is de kunst een bromvlieg eerst bewusteloos te meppen, om hem vervolgens met drie kleine tikjes gecontroleerd van het leven te beroven. Ja, deze handeling vergt wat subtiliteit, anders wordt zo’n dikke bromvlieg in één klap gereduceerd tot een vieze weerzinwekkende vlek. Beter één vlieg in meerdere klapjes dan twee vliegen in één klap, zeg ik altijd maar.
Maar ik had dus nog geen enkel klapje kunnen uitdelen. Het feit dat Henkie niet echt meewerkte aan het zichzelf laten doodslaan, maakte mijn haat jegens hem er niet minder om…

Net voor ik wilde gaan koken besloot ik toch eerst kost wat kost Henkie van kant te maken. Onder het koken duldde ik zeker geen irritante vieze bromvlieg om me heen. Hij moest er nu toch aan!
Ik nam de vliegenmepper ter hand, riep strijdlustig ‘Henkie, Henkie!’ en wachtte af.
Ha, daar kwam hij al aangebromd! Het spel kon beginnen.
Overmoedig zwiepte ik met mijn wapen in het rond. ‘Ik sla je zo uit de lucht als het moet Henkie!’ brulde ik.
Natuurlijk bluf, maar ik had hier vaker resultaat mee behaald tijdens de jacht op Frits. Frits was ook zo ’n figuur als Henkie, maar toen ik destijds met mijn mepper door de lucht zwiepte, was hij van schrik ergens tegen het raam aan gaan zitten, omdat de sukkel dacht dat hij daar naar buiten kon. De daaropvolgende moord verliep helemaal vlekkeloos en vakkundig.
Deze keer werkte het zwiepen weer. Henkie ging helemaal uit balans beduusd en uiteraard stil tegen het raam zitten. Echter wel ergens bovenaan waar ik zo niet bij kon met mijn kortheid. Maar ik besloot mijn kans te pakken, al moest ik ervoor op een stoel gaan staan. Tegen het venster staat bij ons een tafel met stoelen, wat erg gemakkelijk is een dergelijke situatie. Staand vanaf een stoel had ik zo ook ooit Hans en vorige week nog Leo geëlimineerd.
Ik liep rustig in de richting van Henkie en deed net of ik hem niet zag. Ik keek daarom ook niet naar hem. Rustig schoof ik een stoel onder de tafel uit.
Henkie die nog steeds wat naar buiten zat te staren had nergens erg in. Of hij deed net of hij mij ook niet zag, dat kan natuurlijk ook. Je weet het nooit met die onbetrouwbare sluwe bromvliegen.
Langzaam, zo stil mogelijk kroop ik op de stoel. De kat sloeg vanaf de vensterbank het tafereel nieuwsgierig gade. Ik legde mijn vinger op mijn lippen ten teken dat hij zich stil moest houden.
Eenmaal rechtop op de stoel staand, nam ik met de mepper voorzichtig de maat en merkte ik dat ik nog net twintig centimeter tekort kwam. Ik klom verder op de tafel. Wow, wat hoog was dat zeg. Ik hoefde mijn arm maar half te strekken. Henkie had intussen geen vleugel verroerd. De arme sukkel had me dus echt niet in de gaten.
Ik bracht de mepper behoedzaam in stelling om de eerste klap uit te delen en fluisterde zacht: ‘Zo, dat was het dan Henkie.’
Wat er toen gebeurde kan ik nauwelijks navertellen, daarom probeer ik het op te schrijven: ik zag in een flits het raam met uitzicht, Henkie en al naar boven verdwijnen. Hierna volgde een enorme klap. Ik zag in mijn ooghoek vanuit, laat ik zeggen, grote hondenperspectief een acuut getraumatiseerde kat de ruimte uit stuiven. Toen werd het stil…
Stijf van de adrenaline realiseerde ik me dat ik nu op mijn knieën op een tafelblad zat. Een tafelblad waar de poten onderuit waren geklapt en waar de twee uitschuifbare delen zich verspreid hadden over de vloer. Och ja wat dom. Ik had waarschijnlijk in mijn geestdrift mijn voeten wat te ver op zo’n uitschuifbaar gedeelte gezet en daardoor was alles omgeklapt en ingestort. Of was ons vintage jarenzestigtafeltje simpelweg niet bestand tegen een dikke negentig kilo?  We zullen het nooit weten. Als het nu gefilmd was, dan hadden we de beelden nog kunnen analyseren. Sowieso was de afwezigheid van een draaiende camera jammer, want het zou best een leuk filmpje zijn geweest om via You Tube de wereld rond te sturen. Mijn “fifteen hundredths seconds of fame!”
Het moet voor iemand die toevallig langs ons huis liep ook een grappig gezicht zijn geweest. Goh, er liep toen toch niemand langs ons huis, toch?
Maar desalniettemin was onze mooie vintage tafel nu vervallen tot vintage brandhout. Maar dat was niet belangrijk. Ik had het gelukkig allemaal miraculeus overleefd.
Henkie de bromvlieg ook trouwens.