Soms moet ik noodgedwongen een onderdeel aan mijn ochtendritueel toevoegen. De kat des huizes – niet luisterend naar de naam Vlek, alhoewel hij wel zo heet – heeft namelijk bedacht om af en toe op de stoep voor de voordeur een muisje zonder beschuit te verorberen. Op zich niks mis mee -a cat ‘s got to do what a cat ‘s got to do – maar het probleem is dat hij zijn slachtoffer in kwestie niet voor de volle honderd procent verorbert. Hij eet het onfortuinlijk prooidiertje uiteraard wel met huid en haar op, maar een tweetal andere onderdelen laat hij steevast liggen zodat ik het elke morgen weer opnieuw mag opruimen. Het ene onderdeel is het staartje; zonder muis eraan vast lijkt het op een vies schimmig kansloos levenloos wormpje Het andere is een orgaan waarvan ik vermoed dat het de lever is en niet bijvoorbeeld een nier. Hoewel ik niet weet hoe die eruit behoren te zien, is mijn beredenering dat het een lever moet zijn. Als het een nier zou zijn, zouden ze met zijn tweeën moeten zijn. Ik neem tenminste aan dat als een muis de ene nier niet lust hij dan de andere nier ook niet lust.
Onze kat is een raar beest. Ik denk dan: goh kat, als je de darmen met inhoud opeet en de kop met ogen en al, dan moet die lever toch ook geen probleem zijn. Kijk dat staartje is een ander verhaal. Dat heeft geen beste textuur, Dat hij dat netjes laat liggen is dus prima. No hard feelings. Maar die lever… Joh, dat is twee keer lekker kauwen en één keer slikken, denk ik dan. Maar ja, dat doet Vlek dus niet.
Deze twee muizenonderdelen opruimen is een vaardigheid welke ik inmiddels tot in de puntjes beheers. Het gereedschap wat ik hierbij gebruik is een simpele tuinschoffel, gewoon verkrijgbaar bij elke huis- tuin- en doe-het-zelfmarkt. Met de schoffel duw ik de onderdeeltjes, die soms wel 10 centimeter uit elkaar liggen, naar elkaar toe. Ik doseer hierbij de druk op de steel zodanig dat het langzaam gebeurd waardoor de onderdeeltjes zo weinig mogelijk schade oplopen. Wanneer dit proces te weinig subtiel verloopt, bestaat namelijk de kans dat de onderdeeltjes als het ware over de stoep uitgesmeerd worden. Daarbij bestaat onze stoep ook nog eens uit klinkers. Dit betekent dus de aanwezigheid van veel voegen wat zorgt voor een extra moeilijkheidsgraad. Je kunt je er wel iets bij voorstellen dat het transport van een onderdeel over de voeg naar een volgende klinker veel concentratie vergt. Een beginnende muizenrestenopruimer zou hier dan ook onherroepelijk de fout ingaan. Zelf ik als gevorderde laat wel eens een onderdeeltje onder het ijzer doorschieten, waardoor het in een voeg blijft liggen. Na het zeggen van ‘shit’ probeer je het gewoon weer opnieuw. Zoiets is blijven leren als het ware.
Wanneer de twee muisstukken dan uiteindelijk gebroederlijk tegen elkaar aan liggen, komt het er op aan. Met één geraffineerde oplepelbeweging zorg je ervoor dat ze op het schoffelblad komen te liggen. Let wel, gebruik nooit je linkerschoen als barricade tegen het wegschuiven van de biologische materie, want dan wordt hij vies. Hetzelfde geldt overigens ook voor je rechterschoen. Dit delicate proces zal zelfs de meest talentvolle beginner er nooit zonder problemen vanaf brengen. Wanhoop niet als het de eerste keer gewoon niet lukt, ik heb zo ook ooit ervoor gestaan.
Door mijn ervaring en fijnzinnige motoriek heb ik stilaan een fingerspitzengefühl ontwikkeld, waar ik erg trots op mag zijn.
Als de onderdelen goed en wel op het schoffelblad liggen, komt het leukste van het proces. Met een enorme zwiep zwier je de beperkte biomassa ergens de bosjes is. Bij voorkeur is dat ‘ergens’ niet jouw terrein maar dat van een ander.
Overigens denk ik dat het met de schop beter gaat, maar die bevind zich ergens aan de andere kant van het huis en ‘s morgens heb ik geen zin om die te gaan halen.
Ik zou de muizenresten natuurlijk ook zo met een tissue kunnen oprapen maar dat durf ik niet. Het allerhandigste is natuurlijk het ombrengen van de kat in kwestie, maar dat durf ik ook niet. Ik durf niet zoveel.