Het navelpluisjesseizoen is alweer een tijdje aan de gang. Een paar weken geleden oogstte ik mijn eerste. De eerste is altijd weer een aangename verrassing. Je hebt dan al zo lang geen navelpluisje meer gezien waardoor het helemaal niet meer in je systeem zit.
Bij het ontwaren van het eerste navelpluisje kon ik een langgerekte kreet niet onderdrukken.
’Jaaah, ze zijn er weer, we hebben weer een navelpluisje!’ schreeuwde ik vanuit bad. Vanuit bad ja, want dat is de plek waar navelpluisjes geboren worden. Deze eerste was een forse van bijna twee gram, waarschijnlijk was hij lang in mijn midden geweest.

Misschien moet ik het toch even uitleggen aan onwetenden onder ons, wiens leven nooit verrijkt is geweest met het oogsten van navelpluisjes, meer bepaald de mensen met een ondiepe navel. Een navelpluisje, beste ondiepe navelhouders, is de verzamelnaam van kledingvezels die zich ophopen in de navelkuil en die in bad dan komen bovendrijven. In een douche zie je ze niet, daar ze onopgemerkt weggespoeld richting afvoer om daar een bijdrage te leveren aan de periodieke verstoppingen. In de zomer en lente zie ikzelf de navelpluisjes nooit omdat ik dan geen hemden of T-shirts draag volgens mij. Bij mij begint het seizoen dus altijd ergens in de herfst. Ik hoop dat ik jullie nu een beetje duidelijkheid heb gebracht.
Mocht je er meer over willen weten. Ene Karl Kruszelnicki van de universiteit van Sidney heeft er ooit onderzoek naar gedaan. Hij heeft zelfs voor dit onderzoek een Nobelprijs in een of andere schimmige categorie voor gekregen. Verder heeft ene Graham Barker een vermelding in het Guinness Book of Records als recordhouder van het meeste navelpluis verzamelen. Google anders maar een keer.

Mijn navelpluisjes zijn olijke ronde grijsblauwe pluizige dingen. Een soort knuffelbeestjes maar dan heel klein. Vorig seizoen had ik er een keer één die verdacht veel leek op die éne Grobbebol van Tita Tovenaar.
Als bezitter van een bierbuik heb ik een behoorlijke diepe navel. Het ziet er in ontspannen toestand licht sexy uit, maar dat vind ik van minder belang. Belangrijker vind ik het feit dat je van zo’n diepe navel lekkere corpulente weldoorvoede navelpluisjes krijg. Waarschijnlijk zijn die van mij individueel veel dikker dan hun soortgenoten die in grote getale zijn ontsnapt uit de navel van die sukkel van een Graham Barker.
Het is altijd een feest als ik er één boven zie drijven. Ik neem dan ook nooit een schuimbad want dat is funest voor de oogst. Je ziet ze niet en na afloop gooi je in feite het navelpluisje met het badwater weg zonder dat je er erg in hebt. Net als met het douchen. Erg hè. Toch mis je ze dan niet omdat je ze nooit hebt gekend.

Afijn, na mijn vreugdekreet in het bad kwam mijn vriendin aangesneld. Ik toonde haar trots mijn nieuwe pluizige trofee.
‘Hij is groot en mooi,’ zei ze quasi geroerd, ‘ga je hem bewaren?’
Ik knikte en legde hem op de rand van het bad. Samen keken we er even naar.
‘Ik noem hem Godfried,’ zei ik, ‘zullen we geboortekaartjes versturen?’
‘Ik ga weer verder met strijken,’ zei mijn vriendin om vervolgens de badkamer weer te verlaten.
Ik bleef alleen achter met Godfried. We keken elkaar een tijdje aan. Ik aaide hem een keer.
‘Ben benieuwd hoe lang je mag blijven Godfried,’ fluisterde ik hem toe.

Want ja, er was iemand in die mijn nagelpluisjes op de badrand altijd deed verdwijnen. Enkele dagen later was Godfried dan ook foetsie. Ik had niet eens fatsoenlijk afscheid kunnen nemen. In het gunstigste geval was hij door zijn ontvoerder verbannen naar het afvalbakje, maar als pessimist ging ik toch voor de ergste optie. Namelijk dat hij vergezeld met 6 liter water en weet ik wat allemaal nog meer wreed door het toilet was gespoeld.
Het daderprofiel lijkt me vrij duidelijk: Iemand die ook regelmatig in de badkamer komt, kennis van de situatie heeft en in dit geval ook nog eens een bekende van het slachtoffer is. Ik heb al een vaag vermoeden, maar ik wil niemand ten onrechte verdenken. Misschien heb ik het wel helemaal mis.
Het zou ook zomaar kunnen dat zo’n Godfried per ongeluk door de waterverplaatsing van een volgende badgast van het randje is geklotst.
Hoe het ook zij: de kans is vrij groot dat hij allang bij de waterzuivering in Hapert is gearriveerd. Vanaf daar zal hij te zijner tijd op transport worden gezet naar een afvalverbrandingsoven. Arme Godfried. Mocht hij gewoon in het afvalbakje zijn gegooid komt hij natuurlijk ook wel in die letterlijke hel terecht, maar dan was de weg er naartoe wat behaaglijker geweest. Een korte vakantie in een grijze kliko is wellicht te prefereren boven een barre natte tocht door rioolbuizen.
Ach, wat heeft het trouwens voor zin om er zo over na te denken. Weg is weg.

Inmiddels zijn door vele nieuwgeborenen de herinneringen aan Godfried behoorlijk vervaagd.
Uit de navel, uit het oog, uit het hart,
Zo is het leven.