‘Zeg het maar,’ zei Juul tegen de man aan de andere kant van de vitrine. Het was een forse man met rood haar en een roodwit geruite blouse, type houthakker.‘Doe maar een frietje speciaal en een shoarmarol’, klonk het vastberaden. Het was typisch zo iemand die jaren hetzelfde besteld in een friettent.
Juul kende de man niet. Hij was waarschijnlijk ergens aan het werk in het dorp, beredeneerde Juul in zichzelf. Maar dat hoefde natuurlijk niet per se.
Juul gooide het gevraagde in het vet. De man stond met zijn handen in zijn zakken toe te kijken en neuriede een beetje verveeld.
De houding van de man werkte Juul op zijn zenuwen en dus liep hij maar even naar de keuken achter. Hier bekeek hij zijn uien en hij concludeerde dat het er nog genoeg waren om de week door te komen. Veel meer viel er niet te beleven. Hij opende even de deur naar het privégedeelte, stak zijn achterste erdoor en liet een enorme wind. ‘Zo die is eruit,’ mompelde hij in zichzelf. Hij dacht even aan morgen. Hij moest om acht uur ‘s morgens al bij de tandarts zijn om een verstandskies te laten trekken. Hij zag er erg tegenop. Niet alleen tegen het trekken alleen, maar ook tegen het vroeg uit bed komen. Dat was hij niet gewend.
Hij beloofde zichzelf er niet meer al te veel mee bezig te zijn en hij begaf zich weer naar het culinaire hart van zijn etablissement. Kordaat begon hij de frites uit het vet te scheppen. Het werd tijd, want ze begonnen al een beetje te bruin te worden.
Maakt niet uit, goed genoeg voor zo’n debiele houthakker, dacht Juul.
Onder het prepareren van de friet speciaal vroeg hij aan de man of hij knoflooksaus bij zijn shoarmarol wilde. De man schudde heftig en bijna verschrikt nee. Knoflooksaus was duidelijk niet zijn ding.
Dan maar geen saus, dacht Juul. Hij had geen zin om hem te vragen of hij er dan misschien een andere saus bij wilde. Hij had namelijk ook rode shoarmasaus. Hij gunde de man het niet.
Twee meisjes van een jaar of zestien kwamen binnen gegiecheld.
‘Ha, daar hebben we Demi en Sabine!’ riep Juul, ‘zijn jullie alweer aan het spijbelen?’
‘We zijn al uit Juul,’ zei één van de meisjes, ‘gooi er maar twee broodjes kroket in.’
Het andere wicht kreeg helemaal de slappe lach. ‘Hihihi Demi!’ gierde ze uit, ’alleen de kroketten erin gooien zeker. Toch niet de broodjes!’
‘Je zegt het maar’, zei Juul, ‘mij maakt het niet uit. Hij pakte een broodje en deed met een zwierende armbeweging net alsof hij het in het vet wilde gooien. Het broodje belandde hierbij onbedoeld op de vloer.
De meiden gierden het uit. Zeker toen Juul het broodje vervolgens met gespeelde achteloosheid een schop gaf in de richting van de softijsmachine.‘Jezus’, hikte het meisje dat voor Sabine door moest gaan, ‘een man van veertig die meent indruk te moeten maken op twee meisjes van zestien. Wat een midlife crisis!’
Juul had er wel lol in als zo’n meid een dergelijke opmerking maakte. Ze had ook een beetje gelijk.
Toen de twee meiden hun aandacht op hun smartphones vestigden, greep Juul zijn kans om zonder gezichtsverlies het broodje op te rapen om netjes in de vuilnisbak te deponeren.
‘Doe er anders maar van die rode shoarmasaus op want ik zie nu dat jij die ook hebt,’ klonk ineens weer de stem van de houthakker.
Klootzak, dacht Juul. Hij haalde de shoarmarol uit het vet en gooide de twee kroketten erin. De twee meiden waren klaar met gieren en hadden plaats genomen aan een tafeltje om van daaruit hun smartphoneschermen te bewonderen.
Juul legde de shoarmarol in een bakje en legde er over heel de lengte een dikke streep saus over.
Zo, dacht hij, als je saus wilt, dan zul je ook saus krijgen.
Hij serveerde het tegelijk met de friet uit op de toonbank. ‘Je eet het hier toch op hè?’ vroeg hij aan de man terwijl hij een vorkje in de frites plofte.
De man knikte, pakte zijn frites met toebehoren en ging tot Juul zijn verbazing bij de meisjes aan de tafel zitten. Deze voelden zich duidelijk ongemakkelijk.
Juul voelde plots een woede in zich opkomen en kwam achter zijn vitrine uit. ‘Zeg mijnheer, wat doe je bij die meiden. Pak gewoon een ander tafeltje en laat die meiden met rust, idioot.’ Het was eruit voor hij er erg in had.
De man stond langzaam op en ging pal voor Juul staan.
‘Ik zal eens kijken of ik jou kan optillen,’ siste hij. Hij klemde zijn armen om Juul heen en tilde hem een stukje op. ‘Goh, je bent maar een mager mannetje, en dat voor een frietbakker.’
‘Hé, laat dat eens!’ schreeuwde Juul. Het deed hem duidelijk pijn. De meiden keken onthutst toe.
‘Luister frietbakkertje,’ snauwde de man in zijn linkeroor, ‘met die meiden heb ik niks te maken. Zij gingen aan het tafeltje zitten waar ik wilde gaan zitten en ik was hier eerder dan zij. Verder heb jij mij in de eerste instantie niet geïnformeerd over je rode shoarmasaus. Daarbij heb jij mijn friet speciaal in zo’n vervelend tweecompartimentenbakje gedaan. Eén compartiment voor de frites en de ander voor de speciaal. Dat wil ik niet! Op die manier moet ik friet dippen en dan valt alles onderweg naar je mond er weer af op mijn blouse. Bah! En je hebt ook minder! Een normale frites speciaal…hoor je wat ik zeg: een ‘normale’ frites speciaal…hoort in één groter bakje en de speciaal vult gewoon de interfrietaire ruimtes op. Je bent een klootzak!’
Met een spartelende Juul in zijn zijn armen begaf hij zich achter de vitrine.
‘Doe normaal idioot!’ riep Juul geïrriteerd uit. Het trekken van zijn verstandskies morgen was nu compleet uit zijn hoofd verdwenen.
De meiden stonden geschrokken op en wisten niet goed wat ze met de situatie aan moesten. Toen ze zagen hoe de man een vleesvork pakte en deze achter in de nek van de onfortuinlijke frietbakker plantte, besloten ze om te gaan gillen. Hun gegil kwam nauwelijks boven de ijzingwekkende schreeuw die de frietbakker op dit bijzondere moment produceerde uit.
‘Let nu goed op dames!’ hijgde de man vervolgens extatisch. Hij duwde Juul voorover en met behulp van de vork dompelde hij diens hoofd onder in de frituurketel. Het spetterde en siste lang niet zo erg als een lading bevroren frikadellen maar toch. Het gespartel van het slachtoffer werd op deze manier teruggeschaald naar een enkele stuiptrekking.
De beide dames stonden aan de grond genageld en bleven maar naar het tafereel staren. Het was alsof ze waren gehypnotiseerd.
Het sissen en spetteren verstomde na een heikel poosje weer.
‘Zo, bijna mijn hand verbrand, maar hij zal inmiddels wel gaar zijn,’ bromde de man nu, ‘kijken jullie maar even.’ Hij trok het lichaam terug en hield als een volleerd  poppenspeler  het gefrituurde hoofd met het gezicht naar de meiden toe.
Het was een redelijk weerzinwekkend beeld. Net een mislukte opengesprongen bitterbal, maar dan veel groter.
‘Kom we stappen maar eens op,’ zei Sabine tegen een kokhalzende Demi.
De broodjes kroket waren ze helemaal vergeten.