2007

Zijn eerste show:

“Mam, wòr is mun pistool?”

William is autodidact en haalt zijn inspiratie gewoon uit het dagelijkse leven. Herkenbaar en onherkenbaar. Zelf omschrijft hij zijn cabaret als: ‘eigentijdse humor waarin de hedendaagse streektaal niet wordt geschuwd’. Het Brabantse dialect is de taal waarmee Houbraken (1m 62) is grootgebracht en kleingehouden.

Het personage in zijn show zit er een beetje doorheen. Als ‘notwannabe-psychopaat’ met licht misantropische inslag worstelt hij in het leven met een hoop dingen waaronder hardgebakken snacks in een plestiek bèkske in de friettent. Triggerhappy, gefrustreerd en vrolijk trekt hij op een laffe manier ten strijde. Hij schuwt hierbij de schuttingtaal van de straat niet en waagt zich ook aan onbenullige prietpraat. Hij is énerzijds een vilein omhooggevallen rotventje met brillenglazen van plus zes, anderzijds een aandoenlijk lief kereltje met een klein hartje en een dik buikje. Hij schiet soms met scherp, maar meestal zijn het losse flodders. Hij raakt iedereen die hij kan missen, mist niemand die hij wil raken. Ook spaart hij zichzelf niet. Uiteindelijk komt alles weer op zijn rug terecht….

Fragment uit de show:

2011

Zijn tweede show:

“Och God, dur hèddum wir”

In deze show pist William zorgvuldig zijn territorium af. Hierbij respecteert hij mateloos de biologie van het niet unieke mannetje in zijn soort. Grensverleggend, maar nimmer grensoverschrijdend gaat hij zich te buiten aan zijn geldingsdrang. Dit allemaal in het mooie Brabantse dialect welteverstaan! Of ‘nietteverstaan’ voor de rest van de wereld, die hem toch niet kunnen  en hoeven volgen.                                                                                                                                               Iedereen kan hem nu nog stoppen. Zijn ‘onemanrevolutie’ heeft een grote kans van falen. Of toch niet…

 

2012

zijn derde show:

“Mèn laoi”

William gaat zijn ‘laoi’ opruimen omdat hij daar volgens eigen zeggen vrolijk van wordt. Het geeft hem een opgeruimd gevoel.                                                                             In zijn ‘laoi’ komt hij van alles tegen en vindt hij alles terug. Springend van de hak op de tak probeert hij orde te brengen in deze ruimte van 75x50x25 cm. Hierin verliest hij zichzelf in nostalgische en minder nostalgische gevoelens. Muzikant Ruud van de Boogaard laat hem zijn gang maar gaan en ondersteunt hem met mooie liedjes op zijn gitaar. Ongecompliceerd en doeltreffend. Een verademing tussen al dat geklaag en gemijmer van William.

Fragment uit de show:

2014

zijn vierde show:

“Ès ge oew aaige mèr ’n bietje vermaokt!”

Alweer een streektalige show van William. alleen weet hij niet zo goed waar hij het over wil gaan hebben. Op zich is dat ook niet zo belangrijk. William denkt dat de mensen het een uur na de show toch weer allemaal vergeten zijn.             Dus niet al te veel boodschappen, lijn en diepere bodems, maar gewoon wat onschuldig vermaak. Want vermaak, daar draait het allemaal om. Vermaken gaan voor zaken, luidt Williams devies. Voor hem  is het allemaal hard werken, want tja, helaas heb je wel zaken nodig om je te vermaken.

William wordt in deze show muzikaal bijgestaan door mede-Bergeijkenaar en veels te grote vriend John Sesink (1m?) en de zussen Sien en Loes van Bommel.

Fragmenten uit de show: